Landelijk bleek dat in 2002 nog 59 procent van alle vrijgekomen
gedetineerden binnen twee jaar opnieuw achter slot en grendel kwam
te zitten. In 2006 was dat percentage gedaald tot 54 procent, met
name door de komst van de zogeheten veiligheidshuizen. Hier worden
met name veelplegers en notoire overlastveroorzakers
persoonsgericht begeleid. In de veiligheidshuizen werken overheid,
justitie en zorgpartners onder één dak samen zodat delinquenten
veel effectiever worden aangepakt.
Medio vorig jaar werd al berekend dat elke euro die in de
veiligheidshuizen worden geïnvesteerd zichzelf terug betaalt in een
kosten besparing voor de maatschappij en de strafrechtspleging van
tussen de € 1,38 en € 2,20. Daarnaast rapporteerde de minister van
Justitie in oktober vorig jaar dat veelplegers die vanuit het
veilligheidshuis een maatwerktraject hadden gekregen minder snel
opnieuw in de fout gaan.
In Midden-Limburg bleek bijvoorbeeld dat 35 procent van de
behandelde veelplegers geen strafbare feiten meer pleegden in 2008
en dat 31 procent minder delicten werden gepleegd ten opzichte van
2006 en 2007. Bij jeugdige veelplegers nam het aantal delicten met
32 procent af. In Maastricht kwam 56 procent niet meer in aanraking
met de politie na de aanpak in het veiligheidshuis.
Na de zomer worden nieuwe cijfers gepubliceerd over het effect van
de Limburgse veiligheidshuizen door criminoloog/onderzoeker Peter
Nelissen in Maastricht. Gedeputeerde Noël Lebens vindt de
financiële bijdrage gerechtvaardigd. ,,Slechts een kleine groep
daders is verantwoordelijk voor een relatief groot aandeel in de
ervaren overlast en criminaliteit. Door een effectieve aanpak van
deze criminaliteit en overlast kan het onveiligheidsgevoel van
burgers worden verminderd. Na drie jaar geïnvesteerd te hebben in
de Limburgse veiligheidshuizen ben ik van mening dat de
veiligheidshuizen een waardevolle bijdrage leveren aan de
veiligheid in de maatschappij. “Om een verdere professionalisering
te bewerkstelligen levert gedeputeerde Lebens vanuit zijn programma
‘Investeren in Steden en Dorpen’ een bijdrage in de procesmatige
ontwikkeling van de veiligheidshuizen.