Startersregeling

Doelstelling van het impulsplan ‘Starters: een eigen thuis!', beter bekend als de Startersregeling, is om samen met gemeenten, woningcorporaties en het Rijk de positie van starters op de Limburgse woningmarkt te verbeteren en zodoende de stagnatie op de woningmarkt te doorbreken.

 

De Starterslening is een lening ter overbrugging van het verschil van aankoopkosten van een woning en het bedrag (hypotheek) dat de starter op basis van zijn/haar huidige inkomen maximaal kan lenen volgens de normen van de nationale hypotheekgarantie (NHG).

De starterslening bestaat uit 2 delen.
1) een leningdeel dan annuïtair wordt afgelost: de starterslening
2) een leningdeel dat oploopt: de combinatielening
Voor beide delen heeft de starter de eerste drie jaren geen maandlasten.

De aflossing van de Starterslening wordt de eerste 3 jaar ‘betaald’ met de Combinatielening. De Combinatielening loopt daardoor de eerste 3 jaar altijd op. Na deze periode van 3 jaar betaalt de starter (in principe) rente en aflossing. Op het moment dat de volledige rente en/of aflossing betaald wordt, lost de starter op zowel de Starterslening als de Combinatielening af.
De regeling wordt aangevuld met andere instrumenten, bijvoorbeeld een kortingsregeling van een woningcorporatie bij aankoop van een huurwoning. Al deze maatregelen dragen eraan bij dat koopwoningen voor starters in Limburg financieel bereikbaar en toegankelijk worden.

Stagnatie in de doorstroming van de woningmarkt vormde al enkele jaren een belangrijk probleem binnen de Provincie Limburg. Als gevolg van het sterk gestegen prijspeil van zowel bestaande als nieuwe woningen, de economische terugval in de laatste jaren en de vaak hoge bijkomende kosten bij de aanschaf van een woning is de toegankelijkheid en financiële bereikbaarheid van de Limburgse koopwoningmarkt voor starters, onder meer jongeren en mensen met lagere inkomens, de afgelopen jaren (verder) verslechterd. Ook de aankoop van (bestaande) huurwoningen die door woningcorporaties werden aangeboden bleek voor starters financieel een brug te ver te zijn. Als gevolg hiervan stagneerde de doorstroming binnen de Limburgse woningmarkt, werd de doelgroep ´starters´ niet voldoende bediend en nam de druk op de (sociale) huursector verder toe. De Provincie Limburg zag de Starterslening van Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) als een instrument dat op korte termijn een bijdrage kon leveren aan het verbeteren van het functioneren van de Limburgse woningmarkt en de kansen voor de doelgroep ´starters´ kon vergroten.

Gemeente is het loket voor aanvraag starterslening

Iedere Limburgse gemeente die deelneemt aan het provinciaal impulsplan en de starterslening binnen de gemeente gaat inzetten, kan een bijdrage van de Provincie Limburg verwachten. Voor iedere gemeente is binnen het provinciaal fonds een bedrag gereserveerd dat gebruikt kan worden om startersleningen te verstrekken. De bijdrage van de Provincie Limburg komt dus bovenop de inzet van de deelnemende gemeente. De gemeente is voor Limburg het loket waar de starterslening kan worden aangevraagd.

Looptijd Startersregeling

Op 9 oktober 2015 hebben Provinciale Staten wederom besloten om de provinciale Startersregeling te verlengen voor de duur van 4 jaar (tot en met 31 december 2019), met daarbij de mogelijkheid om de regeling tussentijds te beëindigen.
Jaarlijks wordt bezien of de Startersregeling nog langer noodzakelijk is. Hiervoor wordt een rapportage opgesteld die o.a. inzicht geeft in de toegekende trekkingsrechten, het aantal verstrekte leningen, de te verwachten kasstroom, de defaults op de betalingen van rente en aflossing en actuele woningmarktgegevens.
Daarnaast hebben Provinciale Staten besloten om af te wijken van de ´Kadernota Sturing in Samenwerking´ en de provinciale bijdrage per Startersregeling te verhogen naar 75%.

Geschiedenis

Provinciale Staten van Limburg hebben eind juni 2006 het impulsplan 'Starters: een eigen thuis!' goedgekeurd. Deze regeling is voor het eerst in 2008 verlengd tot en met 2009. De kredietcrisis was aanleiding om de beëindiging van het impulsplan nogmaals te overwegen.

Uit een evaluatie  (pdf, 48 KB) is gebleken dat in verband met de kredietcrisis juist meer behoefte was ontstaan aan startersleningen.

Naar aanleiding van deze evaluatie en met het oog op het verzachten van de gevolgen van de kredietcrisis is het impulsplan op 20 november 2009 door Provinciale Staten nogmaals verlengd en andermaal opengesteld voor nieuwe trekkingsrechten (mits aangevraagd vóór 28-2-2010). Dit was de 2e verlenging tot en met 2011.

Per 26 mei 2010 was geen rijksbijdrage meer beschikbaar voor startersleningen. Het rijksbudget was uitgeput. Op 2 juni 2010 hebben Gedeputeerde Staten daarom besloten dat het provinciale aandeel per lening voortaan 50% zal bedragen (was 25%). Gemeenten financieren de andere helft van elke lening.

Door het wegvallen van rijksmiddelen raakten de fondsen versneld uitgeput. Er waren echter ook gemeenten waar niet of nauwelijks gebruik werd gemaakt van de startersregeling. Daarom hebben Gedeputeerde Staten in augustus 2010 besloten een herverdeling van middelen te overwegen. Het doel was dat de middelen ter beschikking komen in gemeenten waar veel vraag is naar startersleningen. Hiertoe is de verordening voor de 2e keer gewijzigd met ingang van 15 oktober 2010 (bij besluit van Provinciale Staten van 1-10-2010). Die wijziging had ook tot doel dat Gedeputeerde Staten voortaan sneller kunnen reageren op behoeften bij deelnemende gemeenten. Die kunnen voortaan op elk gewenst moment nieuwe trekkingsrechten aanvragen (mits zij een zelfde bedrag uit eigen middelen ter beschikking stellen).

Op 9 november 2010 hebben Gedeputeerde Staten besloten tot herverdeling en toekenning van nieuwe trekkingsrechten. Gemeenten die hun eerder toegekende trekkingsrechten wilden behouden, is dat toegezegd. Bij de herverdeling ging het om € 730.000,- die terugvloeiden naar de provinciale rekening (bijvoorbeeld omdat gemeenten gestopt zijn met de startersregeling). Tegelijk werd er voor
€ 2,3 miljoen aan nieuwe trekkingsrechten ter beschikking gesteld.

In de zomer van 2011 werd de 3e verlenging van de startersregeling voorbereid. Want de positie van starters op de koopwoningmarkt was nog steeds nijpend en de doorstroming stagneerde. De behoefte aan startersleningen bestond nog steeds. In Provinciale Staten van 1-7-2011 is daarom een motie aangenomen met het oog op verlenging van de regeling. Op 21 oktober 2011 hebben Provinciale Staten de verlenging tenslotte vastgesteld. Er is hiervoor € 3,1 miljoen aan nieuwe kredietfaciliteit ter beschikking gesteld.

Op 14 december 2012 hebben Provinciale Staten ingestemd met het beschikbaar stellen van een aanvullende kredietfaciliteit van € 12,2 miljoen, omdat de provinciale middelen bijna waren uitgeput en daarmee het operationeel houden van de regeling onder druk kwam te staan.

Tevens is de verordening op de volgende punten aangepast:

  • het einde van de regeling op 31 december 2012 is nader bepaald. Leningaanvragen kunnen worden ingediend tot en met die datum;
  • de provinciale richtlijn inzake de maximale koopprijs is verhoogd van € 170.000 naar € 173.000;
  • het maximale leenbedrag is verhoogd van € 30.000 naar € 37.000.

Daarnaast is in de verordening vastgelegd dat aanvragen voor een lening kunnen worden ingediend tot en met 31 december 2015.

Het Rijk besloot m.i.v. 2013 om nieuwe rijksmiddelen beschikbaar te stellen voor verstrekken van startersleningen en een bijdrage van 50% per lening te leveren. De overige 50% werd verdeeld tussen de Provincie Limburg en de deelnemende gemeenten.

In 2014 gaf het Rijk aan dat de rijksmiddelen uitgeput dreigde te raken. De Provincie Limburg heeft vervolgens een actief lobbytraject, samen met de Limburgse gemeenten en SVn, gevoerd richting het Rijk. Het Rijk besloot om geen extra middelen voor de startersregeling beschikbaar te stellen.

Per 1 mei 2015 vielen de rijksmiddelen hierdoor definitief weg. Dit had tot gevolg dat de bijdragen van zowel gemeenten als Provincie Limburg omhoog gingen per lening en de fondsen wederom sneller uitgeput raken.

Medio 2015 is de regeling geëvalueerd. Uit deze evaluatie is gebleken dat de Startersregeling een instrument is dat (door goede aansluiting bij de behoefte in de markt) een positieve impuls geeft aan de instroom van starters en een positief effect heeft op de doorstroming van de woningmarkt.
De meest recente stand van zaken m.b.t. de uitvoering en effecten van de Startersregeling zijn weergegeven in de ‘evaluatie provinciaal impulsplan “Starters: een eigen thuis!” (pdf, 1 MB).

Op 9 oktober 2015 heeft Provinciale Staten  wederom besloten om de provinciale Startersregeling te verlengen voor de duur van 4 jaar (tot en met 31 december 2019), met daarbij de mogelijkheid om de regeling tussentijds te beëindigen.

Op 1 maart 2016 hebben Gedeputeerde Staten € 2 miljoen extra kredietfaciliteit vrijgemaakt voor de Startersregeling. Provinciale Staten volgden dit besluit op door p 13 mei 2016 € 10,5 miljoen extra kredietfaciliteit vrij te maken voor de Startersregeling.

Sinds 1 oktober 2016 is de Startersregeling gewijzigd.
Op 1 januari 2013 zijn de fiscale regels voor hypotheekrenteaftrek gewijzigd. Hypotheken die vanaf die datum zijn aangevraagd, moeten verplicht vanaf de eerste dag lineair of annuïtair worden afgelost om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek. In de Wet Maatregelen Woningmarkt 2014 is voor de Starterslening voor een periode van 3 jaar een uitzondering gemaakt. Deze uitzondering eindigde op 31 december 2016. De Startersregeling kon in de oorspronkelijke vorm niet blijven voortbestaan.
Om te voldoen aan wet- en regelgeving bestaat de Starterslening sinds oktober 2016 uit 2 delen. De Combinatielening is aan het ‘pakket’ toegevoegd. Uit de Combinatielening wordt de verplichte aflossing van de Starterslening ‘betaald’.
Zo blijft de Starterslening voldoen aan de verplichte aflossingseis en heeft de starter de eerste 3 jaar geen maandlasten.

Meer informatie

Meer informatie over het impulsplan 'Starters: een eigen thuis!' van de Provincie Limburg treft u aan in de Brochure impulsplan 'Starters: een eigen thuis!' provincie Limburg (pdf, 357 KB).

NB: Deze brochure dateert uit 2006. Sindsdien is de regeling enkele malen aangepast (o.a. tripartitie samenwerking met corporaties is vervallen, wijziging koopsom woning, hoogte starterslening).

Voor actuele informatie/bedragen raadpleeg de vigerende verordening.

Stichting Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten heeft in samenspraak met de Provincie Limburg een voorbeeldverordening opgesteld die gemeenten kunnen gebruiken.

Wilt u meer over de starterslening weten, raadpleeg dan de website van de stichting Stimuleringsfonds Nederlandse gemeenten (SVn) http://www.svn.nl/ of bel SVn 088-2539400.
Voor vragen kunt u contact opnemen met wonenenleefbaarheid@prvlimburg.nl.

Zoeken

Uitgelicht

Zoeken