De grondwet van 1814 en de Provinciale Wet van 1850 legden de
taken en bevoegdheden van de provincies vast. De huidige verhouding
tussen gemeenten, provincies en het rijk vindt zijn oorsprong in de
grondwet van 1848, geschreven door Thorbecke. Bestuurders en
politici spreken graag over het 'Huis van Thorbecke' als
zij het hebben over de onderlinge verhoudingen en relaties van
rijk, provincies en gemeenten. De zeven provincies van 1579 kregen
later gezelschap van Noord-Brabant en Limburg. Daarna kreeg ook
Drenthe de provinciale status. In 1840 werd de provincie Holland
gesplitst. Flevoland, de jongste en twaalfde provincie, bestaat
sinds 1986.
Het provinciebestuur bestaat uit Provinciale Staten, Gedeputeerde
Staten en de Commissaris van de Koningin.
Provinciale Staten zijn vergelijkbaar met de Tweede Kamer of de
gemeenteraad. Zij zijn het hoogste orgaan van de provincie en
bepalen in hoofdlijnen wat de provincie doet. De leden van
Provinciale Staten worden één keer in de vier jaar gekozen door de
burgers van de provincie.
Gedeputeerde Staten worden gekozen door Provinciale Staten. Zij
zijn te vergelijken met het kabinet (ministers en
staatssecretarissen) en met het College van Burgemeester en
Wethouders in een gemeente.
De Commissaris van de Koning wordt, net als een burgemeester, niet
gekozen maar benoemd door de Kroon (Koning en ministers).
Het bestuur in de provincies wordt ondersteund door de ambtenaren.
Zij bereiden de plannen voor en voeren de besluiten van het bestuur
uit. Aan het hoofd van de provinciale organisatie staat een
provinciesecretaris/algemeen directeur. Hij is aanwezig bij alle
collegevergaderingen en ondertekent samen met de Commissaris van de
Koning de besluiten van Gedeputeerde Staten. Het College van GS
benoemt de provinciesecretaris.
De provincies vormen de schakel tussen de gemeenten en het rijk en
worden daarom het middenbestuur genoemd. Ze voeren simpel gezegd de
taken uit die voor gemeenten te groot zijn en voor het rijk te
klein. De provincies werken veel samen met de andere overheden
(rijk, gemeenten en waterschappen) en met bedrijven en
maatschappelijke organisaties.
Eén van de belangrijkste provinciale taken is de inrichting van de
ruimte. De provincie bepaalt in hoofdlijnen of steden en dorpen
kunnen uitbreiden, waar bedrijventerreinen en kantorenparken mogen
worden aangelegd.
Minder bekend is dat de provincie ook zorgt voor een goede
bereikbaarheid van de steden, dorpen en het platteland. Denk maar
aan de streekbussen en de regiotaxi. Ook zorgt de provincie dat
mensen in hun vrije tijd er op uit kunnen door het aanleggen van
natuurgebieden, fietsroutes en het subsidiëren van culturele
activiteiten als popfestivals of tentoonstellingen.
Een veilige en schone leefomgeving is voor iedereen van belang.
Daarom zorgt de provincie voor schoon zwemwater, roetfilters op
bussen, uitstootbeperkende maatregelen voor bedrijven, veilige
routes voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen en ambulances die
snel ter plaatse kunnen zijn.
Commissaris van de Koning
De Commissaris van de Koning wordt voor perioden van zes jaar
benoemd door de Kroon. Hij is voorzitter van Provinciale Staten en
voorzitter/lid van Gedeputeerde Staten. Hij doet onder meer
aanbevelingen voor de benoeming van burgemeesters, adviseert over
koninklijke onderscheidingen, is betrokken bij politiebijstand voor
handhaving van de openbare orde, coördineert bij rampen waarbij
meer gemeenten zijn betrokken en behartigt de belangen van de
provincie in tal van zaken. De Commissaris van de Koning vergezelt
vaak leden van het Koninklijk Huis bij hun bezoeken aan de
provincie. De Commissaris van de Koning is voorzitter van
Provinciale Staten én van Gedeputeerde Staten.
In Limburg wordt de Commissaris van de Koning ook wel
'Gouverneur' genoemd. Vanaf 1616 tot 1794 woonden de
militaire Gouverneurs van de vesting Maastricht in een ambtswoning
genaamd 'Gouvernement'. In datzelfde huis ging in de tijd
van Koning Willem I de 'Gouverneur des Konings’ wonen. Het huis
bleef gewoon 'Gouvernement' heten. De Provinciale Wet uit
1850 verving de titel van 'Gouverneur' door
'Commissaris'. De Commissaris des Konings bleef echter in
het Gouvernement wonen en gewoontegetrouw werd de Commissaris des
Konings nog 'Gouverneur' genoemd. En bleef door de jaren
heen zo genoemd.
De gebouwen die daarna voor het Provinciaal Bestuur zijn gebouwd
hebben ook de naam 'Gouvernement' gekregen. Zowel het
Gouvernement aan de Bouillonstraat (1934), nu hoofdzetel van de
Universiteit Maastricht, als het in 1986 geopende Gouvernement aan
de Maas in Randwijck.
Provinciale Staten
Provinciale Staten is het algemeen bestuur van de provincie. De
leden van deze volksvertegenwoordiging worden iedere vier jaar
rechtstreeks door alle kiesgerechtigde inwoners van de provincie
gekozen. Het aantal Statenleden varieert naar gelang het inwonertal
van elke provincie. De Staten vergaderen nagenoeg elke maand. Deze
vergaderingen zijn openbaar.
Voor de verschillende deeltaken van het provinciaal beleid, hebben
Provinciale Staten commissies gevormd ter voorbereiding van hun
maandelijkse zittingen.
De vergaderingen van deze statencommissies zijn ook openbaar. De
Provinciewet zegt dat 'aan de Staten de regeling en het bestuur
van de huishouding der Provincie wordt overgelaten'. In dit
kader geven Provinciale Staten hoofdlijnen aan. Zij bepalen het
algemene beleid van de Provincie. De functie van Provinciale Staten
is te vergelijken met die van de gemeenteraad op lokaal niveau. Zij
houden toezicht op het dagelijks bestuur, dat door Gedeputeerde
Staten wordt uitgeoefend.
De Staten stellen de provinciale begroting vast. Ook stellen zij
verordeningen (zeg maar provinciale wetten) vast. Enkele
voorbeelden zijn de Algemene Subsidieverordening en de Provinciale
Milieuverordening Limburg. Op het gebied van met name de
ruimtelijke ordening zijn Provinciale Staten verantwoordelijk voor
het Provinciaal Omgevingsplan Limburg. De leden van Provinciale
Staten van alle provincies samen kiezen eens in de vier jaar de
leden van de Eerste Kamer der Staten Generaal. Provinciale Staten
van Limburg noemen zich het Limburgs Parlement.
Gedeputeerde Staten
Gedeputeerde Staten is het dagelijks bestuur van de Provincie.
De gedeputeerden kunnen zowel vanuit of van buiten de Provinciale
Staten komen.
Provinciale Staten bepalen de hoofdlijnen van bestuur en
controleren de uitvoering. Gedeputeerde Staten zijn
verantwoordelijk voor de dagelijkse uitvoering van de politieke
besluiten. Ook hebben zij eigen taken, met daarbij een aantal door
Provinciale Staten overgedragen bevoegdheden. Vanwege de vele
uiteenlopende onderwerpen hebben de leden van GS een werkverdeling
gemaakt. Hierdoor kan ieder lid aan zijn/haar takenpakket (of
portefeuilles) bijzondere aandacht geven. De beslissingen worden
samen genomen. Er is een gezamenlijke collegiale
verantwoordelijkheid.
Gedeputeerde Staten voeren verder rijksregelingen uit, verlenen
vergunningen en subsidies, houden toezicht op de financiën van de
gemeenten en beheren de eigendommen van de Provincie. De wekelijkse
vergaderingen van het College zijn niet openbaar, hun besluiten
doorgaans wel.
In maart 2003 werd het dualisme op provinciaal niveau ingevoerd.
Dat betekent dat de leden van het College van Gedeputeerde Staten
(GS) geen lid meer zijn van Provinciale Staten (PS).