Bijzonderheden vergadering Provinciale Staten 14 juni 2013

De behandeling van de Voorjaarsnota stond centraal in de vergadering van het Limburgs Parlement van 14 juni en leidde tot het indienen van 8 amendementen en 15 moties.
Uiteindelijk werd de voorjaarsnota geamendeerd aangenomen. Van de ingediende amendementen/moties werden er 2, respectievelijk 8 door Provinciale Staten overgenomen.

Voorjaarsnota

Met de Voorjaarsnota doet het College van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten een voorzet over de richting van komende uitgaven en inkomsten van de Provincie.
Gebruikelijk leidt de behandeling van de Voorjaarsnota daarbij tot uitgebreide debatten tussen Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten over wensen en doelen.

Inspreker

Namens de Stichting Graetheide Comité werd er ingesproken door dhr. Slangen. Hij vroeg aandacht voor het voorstel in de Voorjaarsnota om 2,7 miljoen ter beschikking te stellen voor de inrichting van de Chemelot-campus zonder dat daarbij duidelijk benoemd is waar dit geld aan besteed wordt. Hij pleitte ervoor om te investeren in natuur en landschap rondom het Campuscomplex en niet erop, zodat niet alleen Campusmedewerkers daarvan kunnen profiteren maar ook de bevolking.

Crisis, projecten en middelen

De door Gedeputeerde Staten aangeboden Voorjaarsnota bevatte een lijst met 72 specifieke plannen/projecten met een belangrijke rol voor en financiële inzet van de Provincie. Om deze inzet financieel te kunnen realiseren dienen de Essentreserves van 1,1 miljard aangesproken te worden.
In het debat hierover werd door veel facties in de Staten gewezen op de kaderstellende en besluitvormende rol van Provinciale Staten ten aanzien van enerzijds de plannen en projecten en anderzijds ten aanzien van de inzet van de middelen en eventueel de Essentreserves. Provinciale Staten eisten dan ook de eigen rol op door middel van het indienen van een aantal moties en amendementen. Dit leidde onder meer tot de toezegging van Gedeputeerde Staten dat de voorstellen die nog niet aan PS zijn aangeboden alsnog terugkomen in Provinciale Staten.

Inbreng fracties

PVV (dhr. Heemels) riep op om veel meer te investeren in thans actuele problemen zoals veiligheid, ouderenzorg en MKB. PVV vond het onacceptabel dat in de Voorjaarsnota budget wordt ingezet waarvan de dekking gerealiseerd wordt in de Statenperiode na 2015. PVV diende 2 moties in: Motie Heemels ‘Steunfonds ouderen’  met als doel te komen tot een Steunfonds ouderenzorg Limburg met een startkapitaal van € 25 miljoen en de Motie Heemels ‘Noodfonds MKB Limburg’ met een startkapitaal van € 100 miljoen voor Limburgse MKB-bedrijven. Beide moties werden verworpen.

CDA (dhr. Van Helvert)  wenste de kaders voor toekomstig beleid te bouwen rondom de handvatten familie, (inzet op structuurversterking en familiebedrijven, intensivering op welzijn en zorg) een rol voor alle Limburgers (ontwikkeling kennisas, aanleg glasvezel, goede infrastructuur en vrijwilligerswerk) en de schaal van Limburg, waarmee het CDA doelde op meer zelfstandigheid en verantwoordelijkheid voor Limburg en minder Den Haag (geen verplichte fusies gemeenten, geen schatkistbankieren, geen Wet Hof). CDA gaf ruimte om verantwoordelijkheid voor projecten ook over volgende colleges te spreiden en vanuit de Essentreserves kredieten te verstrekken onder de voorwaarde van terugbetaling.
Middels een Amendement Van Helvert c.s. wenste de coalitiepartijen te bereiken dat over de projecten Strategisch ambitiedocument burgerparticipatie, Arbeidsmigratie en ZLSM niet via de Voorjaarsnota een besluit werd genomen maar deze projecten eerst te behandelen in Statencommissie/Provinciale Staten.
Met een tweede Amendement Van Helvert c.s. werd een voorstel gedaan om kaders te stellen waarbinnen de obligatieportefeuille geflexibiliseerd kan worden. Beide amendementen werden overgenomen.
Er volgden 2 moties: de Motie Janssen c.s.’Regiofondsen’ met als doel op korte termijn te komen tot heroverwegingen en nieuwe afspraken met betrekking tot de regiofondsen en de Motie Titulaer c.s. die gericht was op uitbreiding van structuurversterkende bouwprojecten. Beide moties werden aanvaard.

SP (dhr. Prevoo) ging in zijn betoog in op de rol van een dicterend Europa. Hij vroeg in dit kader naar de (financiële) gevolgen daarvan voor Limburg. SP steunt de ontwikkeling van de kennisas/campussen maar vroeg niet alleen in te zetten op het hogere segment maar breed aandacht te geven aan mensen met kansen. SP vroeg om inzet op het creëren van structurele kansen en verbeteringen aan de basis. SP wenst dat de Essentopbrengst de Limburgers toekomt. Bij de inzet van de Essentgelden kiest de SP voor duurzaamheid, renovatie woningmarkt en betaalbaar wonen. Ten slotte eiste de SP de kaderstellende rol van de Staten op bij de bestemming van middelen uit onderbesteding.
De SP diende de Motie Prevoo ‘Social Return’ in, waarmee GS werd opgedragen een eenduidige definitie van maatschappelijk rendement te hanteren, hoe deze in te zetten en hierover te rapporteren. N.a.v. de toezeggingen hierop van het College werd deze motie ingetrokken.
Ook diende de SP een motie Masterplan werkgelegenheid in waarmee werd opgeroepen in te stemmen met de snelle ontwikkeling van een plan dat zich richt op behoud en genereren van werk. Deze motie werd verworpen.

VVD (dhr. Van den Akker) gaf aan dat de belangrijkste voorwaarden voor Limburg om de actuele uitdagingen aan te gaan liggen in structuurversterking: economische structuurversterking (focus op duurzame economische ontwikkeling op lange termijn), internationalisering en versterking van de infrastructuur. De Motie Van den Akker ‘Europaplein’ werd ingediend ter bevordering van de euregionale positie van Limburg. Ook diende dhr. Van den Akker de Motie ‘Havennetwerk’ in met als doel het versneld uitvoeren van de Havennetwerkvisie 2030. Beide moties werden aanvaard.

GroenLinks (mw. Van Tulder) wenst extra in te zetten voor de zwaksten in de samenleving en in duurzame ontwikkelingen. De voorliggende Voorjaarsnota was naar de mening van GroenLinks geschreven vanuit een puur economisch perspectief, alle andere beleidsterreinen staan daarin ten dienste van de economische ontwikkeling. Dit achtte GroenLinks te beperkt.
Een amendement werd ingediend als aanvullend criterium voor structuurversterking, namelijk de mate waarin ontwikkelingen een bijdrage leveren aan energietransitie, schoner milieu en vermindering afvalproductie. Dit amendement werd verworpen evenals het Amendement ‘Energiefonds’.

GroenLinks kon niet instemmen met het middels de Voorjaarsnota (financieel) accorderen van diverse projecten en voorstellen omdat dit via de begroting zou moeten gebeuren omdat er dan inhoudelijk over bepaalde zaken gesproken moet worden. De Voorjaarsnota dient veel meer richtinggevend te zijn. Om dit bij het besluit over de Voorjaarsnota door Provinciale Staten te laten vastleggen diende GroenLinks een amendement in. Dit amendement werd verworpen.
De Motie Van Tulder ‘Verbetering natuur rondom Chemelotterrein’ was gericht op het ontwikkelen van groen op de Chemelotcampus als onderdeel van de ecologische verbindingszone. Deze motie werd verworpen.

PvdA (mw. Medendorp) benadrukte dat het College van Gedeputeerde Staten met deze Voorjaarsnota lef toont en met kracht aan de slag wil voor Limburg. Dat is ook wat de PvdA-fractie in de Staten wenst: werk en weerbaarheid en dus versterking van economie, versterken van sociale samenhang en investeren in natuur, cultuur en landschap.
Er werden 4 moties ingediend, deze moties werden alle 4 aanvaard.
Motie Medendorp c.s. ‘Van werk naar werk’ met als doel te komen tot een onderzoek naar inpasbaarheid van een Brabants concept voor een transfercentrum.
Motie Medendorp c.s. ‘Kennisas’ met als doel de instituten van de Kennisas een bijdrage te laten leveren aan het inhalen van de gezondheidsachterstand in Limburg.
Motie Medendorp c.s. ‘Natuurwaarden verbinden’ met als doel een aantal natuurverbindingsprojecten uit te werken, te weten faunapassage Merkelbeek, inrichting Vauputsdal en Reijmersbeek, faunapassages Wormdal en Strijthagerbeek en groene poort Brunsummerheide.
Motie Medendorp c.s. ‘Structuurversterking’ met als doel te onderzoeken waar de Provincie de gemeenten in het sociaal domein kan ondersteunen.

D66 (Van Wageningen) sprak zich duidelijk uit tegen de geldingsdrang van het college en het buiten kaderstelling van Provinciale Staten om inzetten van het eigen vermogen. D66 riep de Staten op om over te gaan tot kaderstelling rondom de inzet van de vaste (Essent)reserve van ruim € 1 miljard. Het standpunt van D66 daarbij is dat de vaste reserve niet gebruikt dient te worden voor subsidies maar dat er wel in rendabele Limburgse activiteiten revolverend belegd kan worden. D66 diende hiertoe een motie in: Motie Van Wageningen ‘Investeer Essent-gelden in Limburg’. Deze motie werd verworpen.

D66 miste in de Voorjaarsnota samenhang en een goede belangenafweging bij de vele projecten. Gevraagd werd niet te investeren in vastgoed van Jeugdzorginstellingen maar het bedrag van 7,5 miljoen in te zetten voor de Jeugdzorg. Hiertoe werd een amendement ingediend. Naar aanleiding van een toezegging van Gedeputeerde Staten hierop werd deze motie ingetrokken. Via amendementen verzocht D66 ten slotte op een later tijdstip een besluit te nemen over de herinrichting van het Campusterrein Chemelot en de voorgestelde redding van de Zuid-Limburgse Stoomtreinmaatschappij (ZLSM) t.w.v. € 10,5 miljoen. Deze amendementen werden verworpen.

50PLUS (dhr. Leppers) noemde het getuigen van lef van GS om in deze crisistijd te investeren in economie en daarmee in de toekomst. Ook 50PLUS gelooft in het positieve effect van investeren, versterken en versnellen in tijden van economische neergang. 50PLUS is voorstander van de inzet van Essentreserves mits er een vaste reserve van € 1 miljard blijft én de besluiten daarover via Statencommissies en Provinciale Staten verloopt.

Partij voor Leefbaarheid en Democratie (dhr. Bosman) noemde de voortvarendheid van het College in deze crisistijd prijzenswaardig. PvLD de echter vraagtekens bij de realiteitszin van de ambities van het College. Ook de PvLD wees op het feit dat de Staten op onderdelen nog helemaal geen debat heeft kunnen voeren, laat staan besluiten heeft kunnen nemen. Het aanspraak maken op reservemiddelen zonder zicht op toekomstig rendement is voor de PvLD onacceptabel. Een aantal voorstellen achtte de PvLD onvoldoende smart. PvLD deelde de ambitie van het College maar wenste daaraan te koppelen een gezond beheer van de financiële middelen. Hiertoe werd de Motie Bosman ‘SMART-formuleren’ ingediend met als doel spoedig te komen met smartgeformuleerde voorstellen waarbij het totaalvermogen van de provinciale reserves op het vastgestelde bedrag van € 1,1 miljard blijft. Deze motie werd verworpen.

Onafhankelijke Statenfractie Limburg (dhr. Uringa) onderstreepte in zijn betoog het ambitieuze en voortvarende College. Hij prees de eensgezindheid maar onthield zijn goedkeuring bij een aantal projecten waarover Provinciale Staten nog niet in de gelegenheid zijn gesteld om kaders te stellen, zoals bijvoorbeeld m.b.t. het besluit rondom ZLSM. Ook rondom de inzet c.q. het in stand houden van de reserves eiste OSL de kaderstellende rol van de Staten op en wenste het College geen carte blanche te geven voor de komende jaren.

Uiteindelijk werd de Voorjaarsnota met 27 stemmen voor (CDA, PvdA, VVD, 50PLUS, OSL) en 17 tegen (PVV, SP, D66, GroenLinks, PvLD) aangenomen.

 

Zoeken

Uitgelicht

Zoeken