Limburgs Parlement wijst het onderhandelaarsakkoord tussen het Rijk en de medeoverheden af

Tijdens de extra Statenvergadering van 30 januari inzake het voorlopige financieel akkoord tussen het Rijk en de medeoverheden sprak het Limburgs Parlement unaniem een principieel bezwaar uit tegen het onderhandelaarsakkoord.

Onderhandelaarsakkoord

In het akkoord staat aangegeven hoe de noodzakelijke Rijksbezuinigingen gerealiseerd kunnen worden. Op verzoek van de coalitiepartijen CDA, VVD, PvdA en 50PLUS was er een extra Statenvergadering ingepland omdat de partijen vrezen dat het akkoord verstrekkende gevolgen heeft voor de toekomstige financiële huishouding van Limburg. Het gaat om een zogeheten pakketafspraak over de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof), schatkistbankieren en het BTW-compensatiefonds.

Op 1 februari vindt in het IPO (Interprovinciaal Overleg, de koepelorganisatie van de 12 provincies), eindoverleg plaats over dit concept-akkoord, waarbij het standpunt van Limburg door Gedeputeerde Staten wordt ingenomen.

Moties

Tijdens het debat werd een aantal moties ingediend.
Het Limburgs Parlement vond het belangrijk om in ieder geval ook tot één krachtig eenduidig signaal te komen. Dit resulteerde uiteindelijk in een unaniem aangenomen motie Van Helvert cs., waarmee het Limburgs Parlement het onderhandelaarsakkoord afwees. De letterlijke tekst van de motie luidt: ‘PS spreken uit: Principieel bezwaar te hebben tegen maatregelen of afspraken die een inbreuk zijn op de autonomie en de open huishouding van onze provincie, en die inzet op economisch herstel en investeren in de toekomst van Limburg nodeloos inperken en daarom het onderhandelaarsakkoord af te wijzen’.

Een tweede motie Van Helvert cs. werd met uitzondering van de PVV door alle andere fracties ondersteund. Met deze motie wordt het College van Gedeputeerde Staten opgeroepen om het onderhandelaarsakkoord niet alleen principieel te verwerpen maar bij de standpuntbepaling in het IPO aan te dringen op tijdelijkheid van crisismaatregelen en verder bezwaar te maken tegen de Wet Hof en tegen de maximering van het BTW-compensatiefonds. 

De derde motie Van Wageningen cs. inzake schatkistbankieren onder gunstige voorwaarden werd verworpen. Een vierde motie Bosman over controle op de doelmatigheid en doeltreffendheid bij de inzet van provinciale middelen werd aangehouden.

Zoeken

Uitgelicht

Zoeken